Op Afbetaling



Wat was haar bedje heerlijk warm! Net toen ze zich nog eens omgedraaid had om
nog even flink verder te dutten, ging de bel. Wat vervelend! Knorrend verliet ze
het zachte dons en slofte, haar voeten onbehaaglijk op het koude zeil, in nachtge-
waad en krulspelden de trap af en het gangetje door en opende de voordeur.
Voor haar stond een klein mannetje in een zwart jasje, met een klein zwart koffer-
tje in de hand. Onuitgenodigd stapte hij de gang binnen, en haalde een beduimeld
papier uit zijn binnenzak. Met een triomfantelijke lach verkondigde hij: "Hier ben
ik, mevrouwtje! Ik kom de spullen brengen waar u zo lang op heeft moeten wachten!"
Ze bekeek het papier slaperig, en zag, dat het een soort contract was. Haar handteke-
ning stond eronder; ze kon zich niet herinneren ooit een dergelijk papier getekend
te hebben, maar de handtekening was onmiskenbaar de hare. Opeens drukte het man-
netje een groezelige vinger op het vel papier. De zwarte nagelranden wezen een hoog
geldbedrag aan. "U zult wel niet in één keer wllen betalen, denk ik? Kopen op afbe-
taling dus? En nu de spullen nog even afleveren." Met een snelle beweging ging hij
haar huiskamer binnen, en was even later weer terug op de gang. "Tot ziens mevrouw-
tje! Volgende week eerste Termijnbetaling!"

Toen ze weer wakker werd, dacht ze: "Wat een vreemde droom!" Maar even later, toen
ze de huiskamer binnenging, ontdekte ze dat er wel degelijk iets gebeurd was: grote,
modderige schoenafdrukken op de vloer, stoelen waren omgegooid en verschillende
dingen waren verdwenen. De zilveren sigarendoos van haar man... En de grote antieke
staande klok... Hoe kon het mannetje die in zijn tasje hebben meegenomen?

Een week later was het mannetje er weer! Hij stapte brutaal naar binnen, en duwde
haar weer het ondertekende vodje onder de neus. "De eerste termijn: nu betaalt u
de helft van het bedrag, en dan zes maanden lang elke maand de andere helft. Ziet
u?" Ze begon langzamerhand boos te worden, maar was niet bij machte iets anders
dan een sputterend geluid te laten horen. Ineens was zijn gezicht vlak voor het hare,
en een zeer luide en duidelijke stem, die leek na te galmen, zei:"U weigert te beta-
len? Dat wordt Procesgang!"

Terwijl dat laatste woord door leek te klinken, werd ze, geheel met touwen omwik-
keld, door gangenstelsels gevoerd en uiteidelijk een rechtszaal ingedragen. Daar zat
het zwart geklede mannetje op de rechterszetel, met een vies wit pruikje en een rand-
loos knijpbrilletje en voor hem op tafel een grote houten hamer. Weer leek zijn ge-
zicht te groeien, en samen met zijn beschuldigende vinger op haar af te komen, en in
het groeiende tumult hoorde ze zijn stem boven alles uit één woord roepen waarvan ze
wist dat het betekende: STRAF! Ze had nog een laatste indruk dat ze aan haar haar
trappen af werd gesleept. En toen werd ze wakker.
Die zeurdromen ook altijd! Maar had ze nu een bel gehoord, of had ze die ook gedroomd?
Tegen beter weten in slofte ze de trap af en deed de voordeur open. Voor haar stond een
bijzonder klein, in het zwart gekleed mannetje met een koffertje. Hij keek smekend naar
haar op. Ze zuchtte. Ze had absoluut geen zin om iets van hem te kopen, maar ze ging
toch een kopje koffie voor hem maken.


Dit verhaal komt in de plaats van "De Vlucht In De Nacht". Als u dat toch wilt
lezen, klik dan hier.
Volgende
Vorige
Griezelverhalen
Teksten
Schilderijen van Adriaan Brolsma