Het Mannetje Van De Overkant



Aiai, het mannetje van de overkant hangt weer ondersteboven aan de deurpost.
Zijn vrouwtje is ziek, dus neemt hij tijdelijk de dienst waar. Zijn grote lelijke
druipoog loert weer oplettend rond, bliksemsnel heen en weer schietend, hij ziet
alles! De kwabbige delen van zijn ontbloot bovenlijf zijn opgebonden met zijn
broekriem. Maar de riem staat te strak! Hij breekt! De kwabben vallen over het
gezicht van het mannetje! Hij kan nu vast niet meer ademhalen! Na enige tijd
breekt dan ook het glazige oog; en even later wordt het verstijvende lichaam
van de gordijnroe gehaakt en aan de vuilnisman medegegeven.
Aiai, het mannetje van de overkant is dood!










Volgende
Vorige
Griezelverhalen
Teksten
Schilderijen van Adriaan Brolsma