De Puist


De juffrouw, tegen wie hij opgebotst was, observeerde hem lang met onschul-
dige, blauwe ogen. En opeens doorbrak een charmante glimlach de koelheid,
die in haar gelaatstrekken gedomineerd had. Hoe het zo kwam, weet ik niet,
maar een week later trouwden ze. Toen ze elkaar kusten om het huwelijk te
bezegelen, zag hij een klein puistje onder haar kin, dat hem niet eerder opge-
vallen was.

Toen het gelukkige echtpaar drie maanden in hun nieuwe huisje woonde, zag
hij op een ochtend, dat het puistje, waar hij niet meer aan gedacht had, iets
in omvang gegroeid was. Hij vroeg op meelevende toon: "Wat is er met je
kin? Zit daar niet een puistje?" Ze keek in de spiegel. "Hè? Ik zie niets, hoor."
Maar de volgende morgen was het puistje iets groter, en de dag daarop nòg
groter. Langzamerhand werd hij bang. "Waar moet dat heen?" Hij liet de dok-
ter komen. Die zei, dat er niets aan de hand was; maar toch was het puistje
toen al een vuistgroot gezwel...

Máánden zag hij Het Ding groeien. Van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat
beheerste het zijn denken; en uiteindelijk hing het tot op de buik van zijn
vrouw. Het moest een heel gewicht zijn, maar toch scheen ze er niets van te
merken.
Nog later lagen er drie personen in het bed: hij, zijn vrouw en de puist. Het
groeien ging steeds sneller. Hij stond op de rand van een inzinking en ging op
de divan in de woonkamer slapen. Vaak hoorden voorbijgangers woest ge-
schreeuw uit het huis komen: "Die puist! Die puist!" En dan nam zij het ding
op, omdat ze anders niet lopen kon, ging voor de spiegel staan en zei: "Ik snap
echt niet, waar je het over hebt."

Het gebeurde midden in de nacht. Hij werd wakker, doordat er een loodzwaar
gewicht op zijn borst drukte: daar stond zijn vrouw, die, om rustig te kunnen
praten, het gezwel zolang had neder gevleid. Maar vóór ze iets kon zeggen, was
hij met een rauwe kreet uit bed gesprongen en de kamer uit, hij kwam terug
met de bijl en sloeg haar het hoofd af. Wat een opluchting! Hij hakte ook de
rest van haar lichaam in stukken en verbrandde alles in de oude verwarmings-
ketel. Ook vernietigde hij haar kleren en persoonlijke bezittingen en begon on-
vermoeibaar het huis te schrobben met bleekwater.
Toen hij aan de huiskamer wilde beginnen, stond hij verlamd van schrik. Het
Gezwel lag er nog! Hij liep er bevend op af. Het leek wel twee keer zo groot
als hij zich herinnerde.
Daar lag het, lillend op de dekens. Het oppervlak bewoog alsof het leefde; en
toen spleet de huid open - een witte massa golfde naar buiten, zonder ophouden -
een walgelijke lucht vulde de kamer - het kwam hoger en hoger te staan - tot
het boven zijn hoofd reikte - en hij erin verdronk.







Volgende
Vorige
Griezelverhalen
Teksten
Schilderijen van Adriaan Brolsma