Het zijn de rechtvaardigen.
In hun heilige toorn
richten zij brandstapels op,
ze kruisigen
de monsters uit hun midden.

En elk van hen, elk individu
roep ik ter verantwoording
omdat hij is ingegaan in het leger der rechtvaardigen.

Harald
Ze roepen alleen om gehoord te worden;
ze roepen ook jou.

Viktor
Ze brandschatten mijn huis, ze weten niet
waar jij woont
maar ze roepen mij:

Evangelica (vanuit de schaduwen)
Viktor, kijk! Als de dag
zich afsluit in zo'n regenboog
dan kun je ons verwachten!
Wij zijn gekomen, Viktor,
de marchesa!

(Stem van de marchesa die verweg zingt. Het licht blijft mys-
terieus veranderen)

Viktor Toen hebben wij afscheid van elkaar genomen. En
nu ben je hier weer terug, Evangelica, met de
marchesa?

(Geluid van karrewielen luider; geroep van de menigte, flits-
licht door het raam)

Evangelica
Ja. Het kwam zo: zij reed in een
wagen door de stad. Het volk
brulde: alleen een traan
kon haar redden. Ik scheurde mijn rokken
en bouwde een ladder waardoor
haar leed zich kon verheffen
tot in 't hoogste blauw.

Volgende
Vorige
Teksten
Schilderijen van Adriaan Brolsma