en ik
zong

Een ogenblik was ik los van de ellendige oevers der
kanalen, en buitelde ik vrij in een onmetelijke stroming,
opgenomen in een algemene snelheid, verrukt en gela-
ten.

Ik was anders, toen ik weer op aarde viel.

Mijn koninkelijke tocht werd een bedevaart.
Ik ontkleedde mijn voeten, schreed
bloedend
tot ik als gunst in een nederig voertuig werd
toegelaten, het was mij opgelegd: en ik ervoer nog
trots. Ik schaamde mij,
toen ik langs de markten reed!

Toen hoorde ik de eeuwigheid ruisen. Opnieuw
in een pastorale vorm. Of was het maar geluid
van een gramofoonplaat, die ik kan afspelen als ik wil?

In elke onverwachte gedaante
die ik aanvankelijk als volmaakt herkende,
zag ik de grootheid
van mijn eigen gebreken. Mijn verlangen
was niet meer te bevredigen.

Ineens, in mijn droom,
vloog ik op van de aarde,
naar een zilveren verschiet. Ik omhelsde
de grijze gebaarde godheid. Hij zweeg, keek
strak voor zich uit, tot hij begon te spreken,
gebroken door medelijden:

"Ook de slechtste
staat aan de juiste kant. Zij heeft gelijk.
In deze hemel
zullen allen wederkeren."

Volgende
Vorige
Teksten
Schilderijen van Adriaan Brolsma