Het zijn niet mijn dochters, maar ik ben het zelf;
zij zien naar mij om; mijn tijd is uitgedeeld
aan vele vrouwen! Ik ben verantwoordelijk. Kan ik
hun verwijt trotseren?
Zij zijn mijn funktie. Ik ben afhankelijk
van hen; ze zullen mij voortdragen
de wereld rond.

Maar heb ik één moment geleefd
zonder een zaad van moraal uit te zaaien?
Wil ik hen niet beheersen,
die reeks van vrouwen

hen mijn ziel meegeven
als een last, hen
mij te dragen geven

hen mij laten voortdragen
tot in een toekomstig paradijs?
Of
moet ik mij nogmaals bedenken,

moet ik mij wagen in die geheime wereld van massa
en diepte, maar zonder gewicht?
In een tweede dimensie kunnen mensen niet leven, niet
in een vierde, maar wel in de gedachten die vonken in mijn brein.
In mijn fantasie zweef ik
en ontmoet ik hen
die mij zullen voortdragen in de ruimte,
waar alle eeuwigheid
met een voetstap wordt
doorschreden

Volmaakte lichamen zonder gewicht ontmoet ik
vonkend in de ruimte
van mijn brein

Daar vind ik welhaast een wereld

Volgende
Vorige
Teksten
Schilderijen van Adriaan Brolsma