in deze duisternis. Maar het is buiten
nog niet donker; ze moeten opschieten.

Harald
Het wordt laat; de straatverlichting
gaat zo branden. Het licht
dat zichzelf geheimzinnig regelt,
gaat aan en uit. Het schijnt af en toe; de kleuren
veranderen langzaam. Dat is al meer afwisseling
dan ik had durven verwachten op deze avond.

(Lichten branden een poosje)

Deze lichten
heeft niemand in de hand: je weet nooit
wanneer ze uitgaan.

(Als ze uitgaan) Het is laat in de middag,
het regent en schemert, en de lichten
die niet rustig willen branden
gloeien stuurs op het netvlies na, maken de kamer
donkerder dan hij is. Ik krijg er hoofdpijn van!

(Hij rommelt in de stoppenkast; flitsende schijnwerperlichten
in het vertrek, daarna weer duisternis)

Viktor
Het enige licht in deze kamer
komt nu door de ramen. Maar het wordt al minder.
Het is het laatste licht van deze dag.

(Hij gaat bij een raam staan)

Zo valt de avond. En ik weet
wat er dan gebeurt: het wordt
rustig, en enkele geesten
buigen zich - zoals die regenboog -
als jonge akrobaten, uiteen, tot de grond,
en tot elkaar.

(Van buiten geluid van een menigte, een toespraak)

Volgende
Vorige
Teksten
Schilderijen van Adriaan Brolsma