Ze leeft
en zal ontwaken. We zullen hier weggaan,
tot ze vanzelf weer wakker wordt.

Niets van wat hier gebeurde is
gebeurd. Ze heeft haar kruisiging
gedroomd. En ons misschien
ook. Kom mee! Ik zal je leren
zoveel te praten zonder naar mij
te luisteren! En daarna weer aan 't werk...

(Harald en Viktor gaan naar huis. De lucht trekt bij; het
wordt mooi weer)

Marchesa (haar doden tellend)
Was het wel angst, of was het iets anders?
Leefde ik niet juist voor de grauwe spanning,
die ik om mij legde als een doornen huid?

Het is nu uit. Gemoedsrust en harmonie
hebben mijn levenskracht gebroken. Uit elk
van deze lijken zal een roosje opbloeien
dat later weer verwelkt. Dat is alles
wat blijft. Niet lang... En alleen als de regen
de grond vruchtbaar houdt, en er een oog is
om mijn rozen in bloei
te zien. Niet zijn oog!

Ik vertelde hem hoe ik voer
langs de oevers van rechte kanalen.
Hoe oude wreedheden
werden herhaald en herhaald.

Ik maakte die reis om hem te bezoeken:
het is gebeurd. Heb ik teveel verzwegen?
Heb ik mijn geluk gevonden? Langs de weg van pijn
heb ik gezongen. Zijn wij vrienden geworden?
Ik heb zelf
een storm ontketend.

Volgende
Vorige
Teksten
Schilderijen van Adriaan Brolsma