Ik wilde niet meer naar het zuiden reizen; het noorden
geeft mij de meeste hoop. Ik wil niet meer dansen
voor Rechtvaardigen, ik wil Evangelica
niet meer tegemoetreizen,

waar de ijsschotsen verkoeling brengen,
waar het noorderlicht de nacht uitsluit:
die kant ga ik uit.

Om in de kale vlakten
één enkele andere reiziger tegemoet te gaan,
die, als ik,
de woestijn verkent.





(Doek; einde van dit stuk)



Vorige
Teksten
Schilderijen van Adriaan Brolsma
Schrijf eens