Hoor nu eens, hoe ze juichen? Hoe ze
om de leider schreeuwen? Het is verschrikkelijk!

Eén man houdt - hij is het niet waard -
de menigte in zijn ban.

Maar enkele geesten waaieren zelfstandig uiteen,
vanaf de bron de nacht in, hun
lippen drinken, en zullen daarna nooit meer
drinken: ze verdwijnen, en komen niet meer terug.

(Een licht gaat aan, dat meteen weer dooft)

De wolken zweven langs de hemel
en veranderen zich
De boom
een zwart silhouet verandert de wolken.
Hij laat zijn bladeren vallen. Ze teren weg
op de aarde. Ze ruiken. De wind
voert hun geur mee. Nerven
blijven achter skeletjes van bladeren

De wind waait langs de hemel en de silhouetten van de bomen
huiveren: tegen de opkomende maan
ballen ze hun takken in protest.

(Het is buiten nu donker. Een ander licht gaat aan.
Vigilante komt binnen, gevolgd door twee obers met een
kist)

Vigilante
Dit land gedijt, maar het gedijt niet verder,
waar het leven is zoals het van oudsher moest zijn,
het leven der sterren die opbloeien uit een geheim
verschiet, die walsen in de fonkeling van het avondland;
luchtige visioenen.

Wat een prachtland!
In de stroom van levens in binnenkamers verbindt
het kleine geluk van anderen: muziek,
een huwelijk in kastelen; kastuinen, glasbouw,

Volgende
Vorige
Teksten
Schilderijen van Adriaan Brolsma