(Lawaai op straat)

Hoorde u dat lawaai? Het is het publiek
van de aankomst van mijn nicht. Zij is op reis geweest
en heeft de publiciteit gehaald. Ze komt hierheen
voor de uitvoering van een nieuwe stunt.

Ik moet dat gebeuren
voor mijn weekblad verslaan. Wat een drukte!
Ik ga nog even op straat; dan zoek ik mijn kamer op;
morgen spreek ik u weer, over de heerlijke tijd
van vroeger; adieu! (Af)

(Een stilte. Het licht gaat uit.)

Viktor
Harald!

(Lawaai op straat. Door het raam druk flitsende lichten als
van een fototoestel)

Harald, steun mij als ik als een blinde
rondtast in een doolhof van taal.
want nu
gaat het immers gebeuren?

(Pauken en cymbalen. Als het licht aangaat, hurkt Harald
op één knie naast Viktor. Flarden oosterse muziek.)

Soms zijn de mensen in een zonnige gloed te vinden,
ook als de zon ze niet verlicht. En hun gezicht
schijnt als de herinnering aan een droom.

In deze wereld kun je flitsend
licht ontwaren en felle
donkere plekken en lijnen zien en
vlakken die bewegen maar niet duidelijk
zijn maar wervelen in een kleurige ruimte,
belangeloos.

Volgende
Vorige
Teksten
Schilderijen van Adriaan Brolsma